Zolang je blijft denken is er niks aan de hand!
Alle berichten

Die ochtend in april
De zon scheen al flink, die ochtend in april. Bij de bushalte ging ik zitten naast een oude man met een zak brood op schoot. Hij knikte me toe. ‘Mooi weer,’ zei hij. ‘Nou en of,’ zei ik. Daarna zei ik dat het wel leek alsof het al middag was.

Meer is het niet
We zaten in de wachtruimte van het IJsselland Ziekenhuis. De stoelen waren te hard, de koffie te slap. Mijn broer hield zijn bekertje vast zonder te drinken. ‘Hij is vast koud geworden,’ zei ik. ‘Geeft niet,’ zei hij. Hij keek naar een poster op de muur. ‘We zijn hier de

De Laatste Zomer
Acht maanden en vijfentwintig dagen. Zolang was de man nu al weg. ‘Ik zou er ondertussen gewend aan moeten zijn,’ zei de vrouw, ‘maar toch vind ik het nog vaak vreemd. Als iemand zevenentwintig jaar in je leven is, en opeens wegvalt is dat…vreemd. Je bril ligt nog op dezelfde

Over Tijd & Tellen
Acht maanden en elf dagen. Zo lang was het nu al dat de man weg was. ‘In totaal zijn dat 254 dagen,’ zei de vrouw. ‘Zit je dat nou werkelijk de hele tijd bij te houden?’ vroeg de man. Hij klonk licht verontrust, alsof hij vermoedde dat ze tegenwoordig met

Over Sneeuwklokjes & Melancholie
Zeven maanden en vierentwintig dagen. Zolang was het nu dat de man weg was. ‘Weet je wat ik zo vreemd vind?’ zei de vrouw. ‘Nou?’ vroeg de man. ‘Hoe langer je weg bent, hoe vreemder het wordt dat je weg bent.’ De man dacht even na. ‘Dat klinkt als een

Over dozen en merels
Zeven maanden en tien dagen. Zolang was het nu dat de man er niet meer was. ‘Hoe langer je weg bent, hoe vaker ik denk: het is nu wel genoeg geweest,’ zei de vrouw. Ze pakte haar koffer uit en vouwde een paar sokken op. ‘Ik ben naar Londen geweest,’

Over Stilte & Stemmen
Zes maanden en achtentwintig dagen. Zolang was het nu al. ‘Bijna zeven maanden,’ zei de vrouw. ‘Straks acht. Dan negen. Tien maanden. En voor je het weet…’ ‘Ja ja,’ zei de man. ‘Ik weet het. Dit zeg je elke keer.’ Hij zuchtte licht. ‘De afgelopen dagen riep je ook al

Veertien dagen en meer
‘Tofu met een gestoomde wortel. Tempeh met hummus. Een of andere vage linzenschotel. Goeie God. Het is eigenlijk een wonder dat ik niet eerder de pijp uitging.’

Over overhemden en gisteren
Zes maanden. Zesentwintig weken en twee dagen. Zo lang was het nu dat de man er niet meer was. De vrouw had hem achtergelaten in 2025 en zelf was ze een nieuw jaar ingestapt, zonder hem. Het bleef een wonderlijk idee dat hij ergens in de tijd was achtergebleven terwijl

Tik Tak
Op het moment dat ze haar ogen opendeed en dacht dat ze wakker was, realiseerde ze zich dat ze dieper sliep dan ze ooit geslapen had. Op de een of andere manier vond ze dit besef zo beangstigend dat ze volkomen in paniek raakte. ‘Volgens mij kom ik hier nooit

Dat was genoeg
‘Het was een raar jaar,’ zei de vrouw.
‘In welke zin?’ vroeg de man.
‘Wat denk je zelf?’ zei ze. ‘Misschien omdat je…’ Hier zweeg ze. Ze had geen zin om te zeggen: ‘Misschien omdat je overleed’, dat klonk verschrikkelijk. ‘Omdat er zoveel veranderde,’ zei ze daarom. ‘Ik had werkelijk geen idee dat het dit jaar zou gebeuren. Jij wel?’
‘Ik wel,’ zei de man.

Dat Denk Je Maar
Hij las het, lachte zacht, schudde zijn hoofd en streek een pluk haar achter haar oor. Zo bleven ze even zitten, totdat zijn telefoon ging en hij geërgerd zuchtte. ‘Werk, vriendinnetje,’ hoorde ze hem zeggen. Hij had een prachtige stem – warm en donker, het soort stem waar je uren naar kon luisteren.

De scheve boom
Twintig weken en twee dagen. Vier maanden en negentien dagen. Zolang was het nu al dat de man er niet meer was. ‘De afgelopen maanden zijn omgevlogen,’ zei de vrouw. ‘Ik begrijp niet dat het zo snel is gegaan. Er is iets raars aan de hand met de tijd.’ ‘Dat

Ik hoor je
Honderdnegenentwintig dagen. Achttien weken en drie dagen. Zo lang was de man nu al weg. ‘Ben je de dagen aan het turven, hoe zit dat?’ vroeg de man, en de vrouw glimlachte. ‘Nee, dat niet, maar ik houd het wel een beetje bij. Ik vind het nog steeds allemaal wonderlijk.’

De andere kant van leven
Zestien weken en twee dagen. Honderdveertien dagen. Zoveel dagen was de man nu al weg. ‘Ik begrijp werkelijk niet,’ verzuchtte de vrouw, ‘dat het al zoveel weken en maanden zijn.’ ‘Nog even,’ grinnikte de man, ‘en dan zijn het jaren.’ ‘Alsjeblieft niet,’ riep de vrouw. ‘Het gaat allemaal al veel
