Zolang je blijft denken is er niks aan de hand!
Alle berichten

Over Koffie & Kikkers
Elf maanden en twee dagen. Zolang was het al dat de man weg was. ‘Zeker in deze periode ga ik steeds weer onze laatste dagen van vorig jaar na,’ zei de vrouw tegen de man. ‘Ik maakte heel bewust foto’s van alles wat we deden, weet je nog? Ik wist

Over Schoenen en Hommels
Tien maanden en twintig dagen. Zolang was de man nu al weg. ‘Het is bijna een jaar,’ zei de vrouw terwijl ze de was buiten ophing. ‘Ik kan me gewoon niet indenken dat ik je een jaar geleden om deze tijd nog had. Dat we naar de boot gingen om

Even gelukkig
Uit de keuken kwam de geur van knoflook en gebakken ui. Mijn moeder stond in een dunne jurk zonder mouwen bij het aanrecht en stapelde gebruikte pannen op elkaar. Buiten hoorde je de maaimachine. Dat geluid hield nooit op in die tijd, het was alsof het gras daar sneller groeide

De Ultieme Hel van Arthur
Internet lag eruit. Zomaar. Opeens. Niemand wist hoe het kon, maar het belangrijkste was: niemand wist hoe lang het nog zou duren. De eerste dag was pure hel. Hoe moesten ze nu in contact komen met hun naasten? Zonder internet was dat godsonmogelijk. Arthur wist zich werkelijk geen raad, de

Meisje toch
Negen maanden en tweeëntwintig dagen. ‘Nog even dan is het echt een jaar,’ zei de vrouw. ‘Waarom klink je zo somber?’ zei de man. ‘Je hebt toch een prima jaar gehad?’ ‘Ik vind dat echt idioot klinken,’ zei ze enigszins fel. ‘Een prima jaar. Het feit dat ik doorging met

Morgen ben je mij weer
Hij merkte het eerst aan de kleine dingen. Dat zijn beker nog warm was, maar hij zich niet herinnerde wanneer hij had gedronken. Dat er zinnen in zijn schrift stonden die hij onmogelijk geschreven kon hebben. Het zal wel vermoeidheid zijn, dacht hij terwijl hij zijn schriftje opensloeg. Op een

Over pannen en morgen
Negen maanden en zeven dagen. Zolang was de man nu al weg. Genoeg tijd om iets nieuws op de wereld te zetten, dacht de vrouw. Alleen kwam er in hun geval niets bij. Er was alleen iets afgegaan. Ze stond aan het aanrecht en keek naar een pan die al

Opeens fout
Na school moesten we allemaal weer naar het schoolplein, dit keer om de vlag te strijken. In doodse stilte stonden we daar, terwijl achter ons enkele militairen toekeken en controleerden of we wel enthousiast genoeg zongen. We vormden een cirkel en deden allemaal ons best om vooral niet op te

Die ochtend in april
De zon scheen al flink, die ochtend in april. Bij de bushalte ging ik zitten naast een oude man met een zak brood op schoot. Hij knikte me toe. ‘Mooi weer,’ zei hij. ‘Nou en of,’ zei ik. Daarna zei ik dat het wel leek alsof het al middag was.

Meer is het niet
We zaten in de wachtruimte van het IJsselland Ziekenhuis. De stoelen waren te hard, de koffie te slap. Mijn broer hield zijn bekertje vast zonder te drinken. ‘Hij is vast koud geworden,’ zei ik. ‘Geeft niet,’ zei hij. Hij keek naar een poster op de muur. ‘We zijn hier de

De Laatste Zomer
Acht maanden en vijfentwintig dagen. Zolang was de man nu al weg. ‘Ik zou er ondertussen gewend aan moeten zijn,’ zei de vrouw, ‘maar toch vind ik het nog vaak vreemd. Als iemand zevenentwintig jaar in je leven is, en opeens wegvalt is dat…vreemd. Je bril ligt nog op dezelfde

Over Tijd & Tellen
Acht maanden en elf dagen. Zo lang was het nu al dat de man weg was. ‘In totaal zijn dat 254 dagen,’ zei de vrouw. ‘Zit je dat nou werkelijk de hele tijd bij te houden?’ vroeg de man. Hij klonk licht verontrust, alsof hij vermoedde dat ze tegenwoordig met

Over Sneeuwklokjes & Melancholie
Zeven maanden en vierentwintig dagen. Zolang was het nu dat de man weg was. ‘Weet je wat ik zo vreemd vind?’ zei de vrouw. ‘Nou?’ vroeg de man. ‘Hoe langer je weg bent, hoe vreemder het wordt dat je weg bent.’ De man dacht even na. ‘Dat klinkt als een

Over dozen en merels
Zeven maanden en tien dagen. Zolang was het nu dat de man er niet meer was. ‘Hoe langer je weg bent, hoe vaker ik denk: het is nu wel genoeg geweest,’ zei de vrouw. Ze pakte haar koffer uit en vouwde een paar sokken op. ‘Ik ben naar Londen geweest,’

Over Stilte & Stemmen
Zes maanden en achtentwintig dagen. Zolang was het nu al. ‘Bijna zeven maanden,’ zei de vrouw. ‘Straks acht. Dan negen. Tien maanden. En voor je het weet…’ ‘Ja ja,’ zei de man. ‘Ik weet het. Dit zeg je elke keer.’ Hij zuchtte licht. ‘De afgelopen dagen riep je ook al
