Zolang je blijft denken is er niks aan de hand!
Over Sneeuwklokjes & Melancholie
Zeven maanden en vierentwintig dagen. Zolang was het nu dat de man weg was. ‘Weet je wat ik zo vreemd vind?’ zei de vrouw.
‘Nou?’ vroeg de man.
‘Hoe langer je weg bent, hoe vreemder het wordt dat je weg bent.’
De man dacht even na. ‘Dat klinkt als een raadsel,’ zei hij.
‘In het begin begreep ik het nog,’ zei de vrouw. ‘Ik zag je verdwijnen en ik wist waarom.’ Ze keek naar het glas wijn dat voor haar stond. ‘Maar hoe langer je weg bent, hoe vaker ik dat vergeet. Ik herinner me steeds vaker hoe je vroeger was. Hoe je praatte. Hoe je lachte. Hoe je keek als je iets grappig vond.’
De man glimlachte. ‘Gelukkig maar,’ zei hij. ‘Het zou vervelend zijn als je me alleen nog maar herinnerde als de patiënt.’
‘Dat zou inderdaad jammer zijn,’ zei de vrouw. ‘Ik heb je een tijdje zo gezien. Dat kan ik niet ontkennen. Maar de laatste tijd herinner ik me weer steeds beter wie je was.’ Ze keek opnieuw naar haar glas. ‘Wie je ooit was,’ herhaalde ze.
Even bleef het stil. ‘Het blijft me verbazen,’ zei ze toen, ‘dat degene die je ooit was zo langzaam is weggeslopen. Alsof je telkens een stukje wegbracht. Tot er op een dag bijna niets meer over was.’
De man knikte. ‘Breinproblemen zijn raar,’ zei hij. ‘Je brein bepaalt wie je bent. Als daar iets in verandert, verandert alles.’
‘Dat kan je wel zeggen,’ zei de vrouw. ‘Het lijkt trouwens wel alsof iedereen tegenwoordig breinproblemen heeft. Als ik naar al die oorlogen kijk, denk ik soms: misschien wordt het tijd om uit Europa te vertrekken.’
‘Och,’ zei de man. ‘Ik weet niet of dat nieuwe breinproblemen zijn. De mensheid heeft immers al eeuwen hetzelfde probleem. Alleen de wapens worden steeds beter.’
Ze stond op en liep naar het keukenraam. Een paar dagen geleden had ze daar ook gestaan. Toen zag ze de sneeuwklokjes en hoorde ze de stemmen. De zangerige stem van moe die opgetogen uitriep: Kijk, er zijn al sneeuwklokjes. En meteen daarna de stem van de man: Heb je de sneeuwklokjes al gezien? Ze had haar tranen niet zien aankomen. Ze had daar gestaan, met haar hand tegen het raam, en even leek het alsof iedereen weer in huis was.
Dat was een paar dagen geleden. Volgens vriend A. was dit rouw, maar zelf dacht ze dat het melancholie was. ‘Rouw gaat over wat je kwijt bent,’ zei ze. ‘Melancholie gaat over wat er ooit was.’
‘Misschien is het wel allebei,’ zei A. ‘Of misschien is het wel hetzelfde.’
Gisteren liep ze door het stadje toen ze hen weer zag: de man met de donkere krullen en de blonde vrouw. Ze had hen een tijd niet gezien. Ze liepen hand in hand op de stoep. Hij zei iets waardoor zij moest lachen en ze boog haar hoofd tegen zijn schouder.
De vrouw bleef even staan. ‘Daar zijn ze weer,’ zei ze.
‘Wie?’ vroeg de man.
‘Die twee,’ zei ze. ‘De man met de donkere krullen en die blonde vrouw. Ze lopen nog steeds samen.’
Ze keek hen na tot ze de hoek om verdwenen. ‘Ze doen me altijd een beetje denken aan lente,’ zei ze. ‘Aan het begin van dingen.’
‘Dat lijkt me een prima associatie,’ zei de man.
Ze stak haar handen in haar jaszakken. ‘Ik ben trouwens blij dat we richting lente gaan,’ zei ze.
‘Dat zeg je elke keer.’
‘Alleen krijg ik straks wel weer dat gedoe met die tuin.’
De man lachte. ‘Jij?’ zei hij. ‘Voor zover ik weet zijn het vooral Johan en Gerrit die dat gedoe met de tuin hebben.’
De vrouw glimlachte. Ze keek nog één keer naar de plek waar het stel was verdwenen. Toen dacht ze weer aan de sneeuwklokjes. ‘Al bijna acht maanden,’ zei ze.
‘Ja,’ zei de man.
‘En alles gaat gewoon door.’
‘Hier ook,’ zei de man.
Archieven
Categorieën
- 01 – KORTE VERHALEN
- Broer
- Dagboek
- Dagelijkse Dingen
- De Doordouwers
- Denkbeeldig Gesprek
- Dochter
- Een Familieroman
- Films & Series
- Gedichten
- Gepubliceerd
- Gesprekken
- Graaiers
- Het Verhaal van Julia
- Humor
- Hypochondrie
- Kantoorperikelen
- Kleine Observaties
- Koningshuis
- Liedje van de Week
- Open Brief
- Ouders
- Politiek
- Rondom Harlingen
- Sprookjes
- Taal
- VZTZ
- WE 300
- Willekeurige Herinneringen
