Zolang je blijft denken is er niks aan de hand!
Meer is het niet
We zaten in de wachtruimte van het IJsselland Ziekenhuis. De stoelen waren te hard, de koffie te slap. Mijn broer hield zijn bekertje vast zonder te drinken.
‘Hij is vast koud geworden,’ zei ik.
‘Geeft niet,’ zei hij. Hij keek naar een poster op de muur.
‘We zijn hier de laatste tijd te vaak geweest,’ zei hij.
‘We kennen de routine,’ zei ik.
Hij knikte. Routine klonk beter dan gewoonte.
Zijn naam werd geroepen. Rustig, bijna vriendelijk. Hij stond op. Ik ook. We liepen samen de gang in. Dezelfde gang als altijd – te wit, te stil.
In de kamer stond een stoel naast een bed. Een standaardopstelling. Verder niets dat het dragelijk maakte. Of menselijk.
Hij ging zitten. Stak zijn arm uit zonder te kijken. De verpleegkundige deed wat ze moest doen. We keken allebei de andere kant op. Even later liep ze weer weg. We bleven achter. Ik zat naast hem en pakte zijn hand.
‘Valt mee,’ zei hij na een tijdje.
‘Mooi,’ zei ik.
Hij sloot zijn ogen. Niet om te slapen, meer om even weg te zijn. Ik keek naar het infuus. Druppel voor druppel, tergend langzaam.
‘Weet je wat het is,’ zei hij, zonder zijn ogen open te doen. ‘Op een gegeven moment kom je hier en dan ga je gewoon zitten. Meer is het niet.’
Ik knikte, al zag hij dat niet. We zeiden verder niets.
De druppels gingen door. Buiten liep iemand langs. Er werd ergens een naam geroepen.
Misschien die van hem. Misschien van iemand anders.
Het maakte geen verschil meer.
Archieven
Categorieën
- 01 – KORTE VERHALEN
- Broer
- Dagboek
- Dagelijkse Dingen
- De Doordouwers
- Denkbeeldig Gesprek
- Dochter
- Een Familieroman
- Films & Series
- Gedichten
- Gepubliceerd
- Gesprekken
- Graaiers
- Het Verhaal van Julia
- Humor
- Hypochondrie
- Kantoorperikelen
- Kleine Observaties
- Koningshuis
- Liedje van de Week
- Open Brief
- Ouders
- Politiek
- Rondom Harlingen
- Sprookjes
- Taal
- VZTZ
- WE 300
- Willekeurige Herinneringen
