Zolang je blijft denken is er niks aan de hand!
Over pannen en morgen
Negen maanden en zeven dagen. Zolang was de man nu al weg. Genoeg tijd om iets nieuws op de wereld te zetten, dacht de vrouw. Alleen kwam er in hun geval niets bij. Er was alleen iets afgegaan. Ze stond aan het aanrecht en keek naar een pan die al twee dagen stond te weken.
‘Vroeger zou je zo’n pan nooit zo lang laten staan,’ zei de man.
‘Vroeger zou jij hem allang schoongeschrobd hebben,’ lachte ze en hij grinnikte mee. ‘Nu laat ik dingen soms wat langer staan ja. Niemand heeft er last van, dus ach.’
‘De lavatera moet trouwens gesnoeid worden,’ zei de man. ‘Die staat er ook al weken zo bij. Mag flink kort. Als ik jou was zou ik dat zo even doen, het is prachtig weer.’
‘Weet je wat ik me soms afvraag?’ zei de vrouw, die eroverheen sprak.
‘Nou?’
‘Weet je nou alles over iedereen? Weet je wat ik denk of wat ik ooit heb gedacht? Wie ik als kind was? Als tiener?’
‘Als tiener was je strontvervelend,’ zei de man direct en de vrouw lachte.
Die ochtend had ze zalm meegenomen. Thuis had ze hem gebakken in roomboter. Ze had hem opgegeten aan de keukentafel, met wat broccoli erbij.
‘Je had nooit zin in zalm en broccoli,’ zei ze. ‘Je wilde altijd vlees. Rood vlees. Met gebakken aardappeltjes en een enorme klodder mayonaise. En als ik er wat van zei…’
‘Dan zei ik: ik leef liever iets korter, maar ik ga niet aan de gestoomde broccoli en gegrilde zalm of al die dingen die je me voor wilde schotelen. Ik weet het nog heel goed.’
‘Als je het over kon doen, had je…’
‘Dan had ik ’t precies hetzelfde gedaan,’ zei hij beslist. ‘Ik vond lekker eten belangrijker dan nog een jaartje erbij. Op een gegeven moment kom je op een leeftijd dat je denkt: wat voegen die paar maanden nog toe?’
De vrouw kon zich daar niets bij voorstellen. Ze kauwde nadenkend op haar broccoli en zei toen: ‘De prijs aan de pomp is trouwens ten hemel schreiend.’
‘En die wordt nog veel erger,’ zei hij. ‘Let maar op. Je vader zei altijd: Europa gaat nog een zware pijp roken.’
‘Dat zei hij al toen we nog in Suriname woonden,’ zei ze. ‘Hoe wist hij het he?’
‘Ik zal het hem binnenkort eens vragen,’ zei de man. ‘Wat ik me trouwens afvraag: wordt het geen tijd dat je die aangebroken fles Croma weggooit? Dat ding staat maar in de ijskast en je gebruikt het niet. Dat spul blijft niet goed hoor.’
De vrouw stond op, liep naar de ijskast en pakte de fles. Ze trok het deksel los. Het zat een beetje vastgeplakt. Ze hield de fles onder haar neus en snoof voorzichtig.
‘Nou?’ vroeg de man.
Ze trok haar neus iets op. ‘Het ruikt inderdaad niet zo fris meer,’ zei ze.
‘Dat heet bedorven,’ zei de man.
Ze deed het deksel dicht en zette de fles terug.
De man zuchtte. ‘Nooit luisteren,’ mompelde hij.
‘Vorig jaar om deze tijd was je af en toe al in de tuin bezig,’ zei de vrouw. ‘Je ging het gras maaien, je…’
‘Het werd zwaar, die tuin,’ zei de man. ‘Ik merkte dat ik er steeds meer tegenop zag.’
‘Ja, dat weet ik nog,’ zei ze zacht.
‘En toen zei ik: we moeten daar iets op verzinnen want straks moet jij de tuin alleen doen.’
‘Ja,’ zei de vrouw. ‘Dat zei je. Ik zei dan: waar héb je het over? Je bent er toch nog? Je geniet toch nog van je appelflap? Van je kopje koffie?’
‘Je hebt het heel lang niet doorgehad,’ zei de man.
‘Ik denk het,’ zei ze.
‘Je dacht dat er nog tijd genoeg was. Ik in het begin trouwens ook.’
Haar blik viel op de pan.
‘Vroeger had je ’m allang schoongemaakt,’ zei de man weer, die haar blik volgde.
Ze glimlachte. ‘Vroeger,’ zei ze. ‘Tja, vroeger…’
Ze liet de pan staan.
Toen liep ze de tuin in.
Afwassen kwam straks wel. Of morgen.
Archieven
Categorieën
- 01 – KORTE VERHALEN
- Broer
- Dagboek
- Dagelijkse Dingen
- De Doordouwers
- Denkbeeldig Gesprek
- Dochter
- Een Familieroman
- Films & Series
- Gedichten
- Gepubliceerd
- Gesprekken
- Graaiers
- Het Verhaal van Julia
- Humor
- Hypochondrie
- Kantoorperikelen
- Kleine Observaties
- Koningshuis
- Liedje van de Week
- Open Brief
- Ouders
- Politiek
- Rondom Harlingen
- Sprookjes
- Taal
- VZTZ
- WE 300
- Willekeurige Herinneringen
