Morgen ben je mij weer

Morgen ben je mij weer

Hij merkte het eerst aan de kleine dingen. Dat zijn beker nog warm was, maar hij zich niet herinnerde wanneer hij had gedronken. Dat er zinnen in zijn schrift stonden die hij onmogelijk geschreven kon hebben.

Het zal wel vermoeidheid zijn, dacht hij terwijl hij zijn schriftje opensloeg. Op een leeg vel schreef hij bovenaan: brood, melk, eieren. Hij legde het neer, draaide zich om, wilde er nog wat bijschrijven en voelde dat zijn hart even oversloeg. Onderaan stond: vergeet het niet weer. Hij fronste. Dat had hij er zelf bij gezet, dat moest wel, alleen: hij herinnerde zich het moment niet.

‘Vreemd,’ mompelde hij. Hij schreef eronder: wat niet?
Toen hij later terugkeek, stond er: dat weet je heel goed.

Die avond klapte hij zijn schrift weer open. Hij keek naar zijn eigen woorden en voelde zich vaag onbehaaglijk. Het klopte niet, het voelde alsof hij iets gemist had. Onder het laatste tekstje schreef hij: wie ben jij?
Hij legde de pen neer. Toen hij het papier later opnieuw bekeek, stond er: morgen ben jij mij weer. Hij staarde ernaar. Ergens op de gang viel een deur dicht.

Toen hoorde hij de voetstappen. Ze klonken bekend en toch ook weer niet. Hij keek niet op toen er iemand naast hem kwam staan. Ook niet toen er iets in zijn arm gedrukt werd. Het was koud en pijnlijk en even wilde hij iets zeggen maar hij wist niet meer wat. Het zou er niet toedoen, dat wist hij wel. Zijn lichaam spande zich, alsof hij wilde opstaan, maar hij kwam niet in beweging en voelde hoe ze hem overeind trokken.
‘Rustig,’ zei iemand.

En in dat ene moment, terwijl hij overeind gehesen werd, terwijl de kamer langzaam van hem weggleed, terwijl die ene laatste zin eindeloos door zijn hoofd bleef echoën, terwijl een van de mannen door zijn schrift bladerde en verzuchtte: het hele schrift is volgekladderd met exact dezelfde tekst, terwijl hij voelde hoe alles wat hij was – wie hij ooit was geweest – zich terugtrok naar een donker, bodemloos punt diep in zijn hoofd, wist hij één ding met een bijna plechtige zekerheid:

dat hij morgen weer netjes zou gaan zitten,
dat hij opnieuw brood, melk, eieren zou opschrijven,
en dat hij daaronder, zonder aarzelen, zou noteren:

vergeet het niet weer.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Archieven

Website laten maken?

De Rebelse Huisvrouw