Zolang je blijft denken is er niks aan de hand!
De Ultieme Hel van Arthur
Internet lag eruit. Zomaar. Opeens. Niemand wist hoe het kon, maar het belangrijkste was: niemand wist hoe lang het nog zou duren. De eerste dag was pure hel. Hoe moesten ze nu in contact komen met hun naasten? Zonder internet was dat godsonmogelijk.
Arthur wist zich werkelijk geen raad, de eerste vierentwintig uur. Zijn lichaam begon te trillen en zijn geest voelde wankel. De telefoon hield hij steviger vast dan ooit, want stel dat internet het opeens weer zou doen en hij die eerste krankzinnig gelukzalige seconden zou missen. Die gedachte aan een werkend internet hield hem op de been tijdens die tweede, gruwelijk lange dag.
‘Je kunt gewoon mensen bellen hoor,’ snibde zijn vrouw, die op de bank zat en werkte aan een kort verhaal. ‘De telefoon doet het nog steeds. Je kunt gewoon met mensen práten, aandacht aan hen besteden.’
Arthur zweeg tandenknarsend. Hoe moest hij die stompzinnige idioot uitleggen dat het hem… dat het belangrijk was, wat hij deed?
‘Is het wel eens bij je opgekomen dat je verslaafd bent?’ vroeg ze kalm.
Arthur ontplofte. ‘Weet je wel wat ik allemaal doe, jij… jij…’
Hier brak hij af. Wat hij eigenlijk wilde zeggen was zeldzaam grensoverschrijdend en ondanks zijn wanhoop besefte hij dat het beter was om nu even te zwijgen.
‘Gisteren,’ zei hij toen, ijzig kalm, ‘wilde ik weten hoe laat het in Japan was. Je weet nooit wanneer dat van pas komt.’
Zijn vrouw keek hem aan met een spottend lachje.
‘En vanmorgen,’ ging hij verder, nog steeds ijzig kalm, ‘heb ik uitgezocht of aardbeien een seksleven hebben. Ik vind dat leuk om te weten. Kan ik er iets aan doen dat ik van die brede interesses heb?’
‘En net nog,’ zei hij, terwijl zijn stem nu schril oversloeg, ‘wilde ik weten hoeveel mensen er ongeveer tegelijk niezen op de wereld. Ook dat is leuk om te weten.’
Ze knikte minzaam. ‘Verslaafd dus,’ besloot ze wederom.
Arthur voelde iets in zijn hoofd knappen. Hij zag sterretjes, rode vlekken en zijn hand klemde zich om de telefoon alsof het een reddingsboei was. Het besef dat hij met niemand in verbinding stond, dat hij niks kon posten op social media, dat hij niets meer dan een eenzame drenkeling was, alleen en verloren, kwam langzaam maar zeker binnen.
‘Je kunt nog steeds praten met mensen hoor,’ zei ze. ‘Gewoon gesprekken, weet je wel? Dan pas krijg je échte verbinding.’
Zijn hart bonsde in zijn slapen. ‘Je snapt het niet,’ zei hij schor.
‘Ik snap het heel goed,’ zei ze. ‘En het is nogal zorgelijk.’
Arthur zei niets meer. Zijn ademhaling ging vreemd, alsof hij er zelf niet helemaal bij betrokken was.
‘Je hebt het zwaar,’ hoorde hij haar zeggen. Hij legde zijn toestel met een klap neer. ‘Het is tijdelijk,’ zei hij verontschuldigend, meer tegen het toestel dan tegen haar. Hij wierp weer een blik op het scherm. Nog steeds geen internet. Dit was de ultieme hel. Had dat takkewijf misschien toch gelijk? Was hij verslaafd? Zou het mogelijk zijn dat…
Een geluidje werkte hem tot leven. Hij voelde zijn bloeddruk zakken, de rode vlekken voor zijn ogen verdwenen en hij ervoer een intens geluksgevoel dat hij zijn leven lang niet eerder meegemaakt had. Hij belandde vanuit de hel in de hemel. Een kille hand greep hem bij de keel toen langzaam de werkelijkheid tot hem doordrong. De rode vlekken, die net verdwenen waren, kwamen in volle hevigheid terug en het bonkte weer bij zijn slapen.
Het geluidje kwam uit de keuken. Van de ijskast.
En hij, stakker die niet verslaafd was, die niet urenlang door straten liep zonder iets te zien, die niet in gezelschap vooral naar zijn scherm keek, die niet bij elke trilling in zijn broekzak opschrok, die niet midden in de nacht controleerde of er misschien iemand iets van hem had gevonden, die niet zijn eigen naam intikte om te zien of hij nog bestond, die niet vond dat hij afhankelijk was van zijn mobieltje, was voor een fractie van een seconde intens gelukkig, omdat hij even in de allesoverheersende religieus gelukzalige veronderstelling verkeerde dat het geluidje dat de ijskast maakte een melding op zijn mobieltje was.
Archieven
Categorieën
- 01 – KORTE VERHALEN
- Broer
- Dagboek
- Dagelijkse Dingen
- De Doordouwers
- Denkbeeldig Gesprek
- Dochter
- Een Familieroman
- Films & Series
- Gedichten
- Gepubliceerd
- Gesprekken
- Graaiers
- Het Verhaal van Julia
- Humor
- Hypochondrie
- Kantoorperikelen
- Kleine Observaties
- Koningshuis
- Liedje van de Week
- Open Brief
- Ouders
- Politiek
- Rondom Harlingen
- Sprookjes
- Taal
- VZTZ
- WE 300
- Willekeurige Herinneringen
