Even gelukkig

Even gelukkig

Uit de keuken kwam de geur van knoflook en gebakken ui. Mijn moeder stond in een dunne jurk zonder mouwen bij het aanrecht en stapelde gebruikte pannen op elkaar. Buiten hoorde je de maaimachine. Dat geluid hield nooit op in die tijd, het was alsof het gras daar sneller groeide dan waar dan ook ter wereld.

Mijn broer lag achterover op bed, één arm over zijn ogen. Hij luisterde naar Bring on the night van The Police. Mooi nummer, zei hij. Dat hele album eigenlijk.

Ga je zo zwemmen? vroeg ik.
Ik weet het nog niet, ik heb niet zoveel zin, zei hij.
Ik zei dat ik misschien ook geen zin had. Dat was niet waar. Ik wilde altijd zwemmen. Ik wilde vooral niet alleen gaan.

Buiten waren de honden onafgebroken aan het blaffen. De postbode reed, met gevaar voor eigen leven, waarschijnlijk weer door de straat. Even hoorden we hem schelden, heel zacht maar toch duidelijk. Mijn broer glimlachte zonder zijn ogen open te doen.
Knap dat hij iedere dag weer durft terug te komen, zei hij.

Toen zwegen we. De ventilator draaide loom boven ons hoofd en blies de warmte alleen maar verder de kamer in. Op de groene dekenkist naast zijn bed lag een stapel oude Donald Ducks met omgekrulde hoeken. Ik pakte er één op, bladerde erin en legde hem weer terug.

Aan het eind van het nummer trommelde mijn broer met zijn wijsvinger mee op de dekenkist. Zacht en ingetogen. Alsof hij bang was dat iemand zou horen dat hij even gelukkig was.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Archieven

Website laten maken?

De Rebelse Huisvrouw