Zolang je blijft denken is er niks aan de hand!
Over Tijd & Tellen
Acht maanden en elf dagen. Zo lang was het nu al dat de man weg was. ‘In totaal zijn dat 254 dagen,’ zei de vrouw.
‘Zit je dat nou werkelijk de hele tijd bij te houden?’ vroeg de man. Hij klonk licht verontrust, alsof hij vermoedde dat ze tegenwoordig met een schriftje naast haar bed sliep.
‘Nee, natuurlijk niet,’ verdedigde de vrouw zich. ‘Ik heb het de chat laten uitrekenen. Ik wil bijhouden hoeveel dagen je al weg bent.’
‘Je bedoelt: je vindt het prettig om overal getallen op te plakken,’ zei de man. ‘Alsof het dan wat overzichtelijker in je hoofd wordt.’
De vrouw haalde haar schouders op. ‘Misschien is dat ook zo.’
‘Hm,’ zei de man. ‘Over twee weken is het acht maanden en vijfentwintig dagen. Over vier weken negen maanden en negen dagen. Over zes weken negen maanden en drieëntwintig dagen. Je kunt daar natuurlijk eindeloos mee doorgaan, maar voegt het wat toe?’
‘Dat is mijn manier,’ zei de vrouw koppig.
De man grinnikte. ‘Dan houdt het natuurlijk op.’
Ze keek naar buiten. In de voortuin stonden de nieuwe plantjes, waar eerst de buxushaag had gezeten. ‘Ze slaan goed aan,’ zei ze.
‘Ik zag het.’
Ze bleef staan bij het raam. ‘Als ik naar de zilverberkjes kijk, denk ik altijd aan die dag dat we ze plantten, twintig jaar geleden. Jij zei: boompje groot, planter dood.’
De man zei niets.
‘Ik kon daar toen niet om lachen,’ zei ze.
‘Nee,’ zei de man. ‘Dat weet ik nog.’
De vrouw staarde nog even naar de zilverberkjes, pakte toen haar tas en ging de deur uit. Het was een prachtige lentedag en ze wist dat als de man er was geweest, hij de hele dag in de tuin zou hebben gewerkt. Dat ze een kopje koffie voor hem zou hebben gezet, met een appelflap erbij. ‘Tja,’ mompelde ze in zichzelf toen ze de auto instapte en richting boot reed.
‘Das war einmal,’ antwoordde de man, en ze zweeg. Het was zijn standaardopmerking geweest als ze het hadden over dingen die voorbij waren, en het hem nu horen zeggen kwam op de een of andere manier hard binnen. Ze begreep zelf niet waarom.
Aan het tafeltje naast haar bij de boot zat een vrouw met haar moeder. Ze hadden dezelfde handen, dezelfde manier van kijken. De dochter vertelde een verhaal en de moeder luisterde aandachtig, zoals moeders dat kunnen doen. De vrouw kreeg een brok in haar keel en slikte.
‘Wat is er?’ vroeg de man.
‘Ik dacht aan vroeger,’ zei ze. ‘Aan hoe vanzelfsprekend alles toen was.’
‘En toch vond je het soms ook ingewikkeld,’ zei de man. ‘En druk.’
‘Dat is waar,’ gaf ze toe. ‘Maar toch. Je denkt altijd dat er nog tijd genoeg is voor alles. Nog genoeg momenten dat moe zou bellen en vrolijk zou roepen: dag kindje. Nog genoeg keren dat pa weergaloos zou winnen met scrabble. Nog genoeg avonden waarop jij vroeg: zal ik een kopje thee voor je zetten?’
‘Ja,’ zei de man. ‘Dat denkt bijna iedereen. Totdat de tijd op is.’
De vrouw keek naar een meeuw die op een paal zat en niet van plan leek ooit weg te gaan.
‘Ik probeer me voor te stellen hoe het moet zijn, daar waar jij bent.’
‘Waarom zou je dat willen voorstellen?’ vroeg de man.
‘Omdat ik het wil begrijpen.’
‘Je hoeft het niet te begrijpen,’ zei de man. ‘Je hoeft alleen te weten.’
De vrouw zweeg. Ze roerde gedachteloos in haar koffie.
‘254 dagen.’
‘Ja,’ zei de man. ‘En elke dag worden het er meer.’
Ze haalde haar schouders op. ‘Ik weet ook niet waarom ik het doe – dat tellen.’
De man liet een korte stilte vallen.
Toen zei hij, bijna terloops:
‘Het is heel eenvoudig. Jij telt de dagen zonder mij… Ik heb er geen één zonder jou.’
Archieven
Categorieën
- 01 – KORTE VERHALEN
- Broer
- Dagboek
- Dagelijkse Dingen
- De Doordouwers
- Denkbeeldig Gesprek
- Dochter
- Een Familieroman
- Films & Series
- Gedichten
- Gepubliceerd
- Gesprekken
- Graaiers
- Het Verhaal van Julia
- Humor
- Hypochondrie
- Kantoorperikelen
- Kleine Observaties
- Koningshuis
- Liedje van de Week
- Open Brief
- Ouders
- Politiek
- Rondom Harlingen
- Sprookjes
- Taal
- VZTZ
- WE 300
- Willekeurige Herinneringen
