Zolang je blijft denken is er niks aan de hand!

Over Wespen en Vallende Blaadjes
Naast haar zat een echtpaar waarvan de man gehypnotiseerd naar het mobieltje in zijn hand staarde.
‘Die verslaving van jou begint zorgwekkend te worden,’ zei de vrouw.

Naast haar zat een echtpaar waarvan de man gehypnotiseerd naar het mobieltje in zijn hand staarde.
‘Die verslaving van jou begint zorgwekkend te worden,’ zei de vrouw.

De vrouw zat aan tafel en staarde wat voor zich uit. ‘Niet telkens meer over mij schrijven,’ had de man gezegd. ‘Houd eens op met

‘Ik ben erg benieuwd,’ zei de man, ‘waar je deze keer over gaat schrijven. Ik hoop alleen dat het niet wéér over mij gaat.’ De

‘Wat,’ zei de man op een doordeweekse zonnige zomermiddag, ‘mis je nu het meest? Je bent nu meer dan een jaar weduwe, jou kennende zal

‘Ziezo,’ zei de man. ‘Ik stel voor dat je nu ophoudt met tellen. Het eerste jaar zit erop. Het is mooi geweest. Je kunt onmogelijk

Een jaar. Een heel jaar. Zolang was de man nu weg. ‘Vandaag precies een jaar geleden, om half vijf, liet ik je gaan,’ zei de

Tien maanden en twintig dagen. Zolang was de man nu al weg. ‘Het is bijna een jaar,’ zei de vrouw terwijl ze de was buiten

Negen maanden en zeven dagen. Zolang was de man nu al weg. Genoeg tijd om iets nieuws op de wereld te zetten, dacht de vrouw.

Acht maanden en elf dagen. Zo lang was het nu al dat de man weg was. ‘In totaal zijn dat 254 dagen,’ zei de vrouw.

Zeven maanden en vierentwintig dagen. Zolang was het nu dat de man weg was. ‘Weet je wat ik zo vreemd vind?’ zei de vrouw. ‘Nou?’

Zeven maanden en tien dagen. Zolang was het nu dat de man er niet meer was. ‘Hoe langer je weg bent, hoe vaker ik denk:

Zes maanden en achtentwintig dagen. Zolang was het nu al. ‘Bijna zeven maanden,’ zei de vrouw. ‘Straks acht. Dan negen. Tien maanden. En voor je
