Zolang je blijft denken is er niks aan de hand!

Over Schoenen en Hommels
Tien maanden en twintig dagen. Zolang was de man nu al weg. ‘Het is bijna een jaar,’ zei de vrouw terwijl ze de was buiten

Tien maanden en twintig dagen. Zolang was de man nu al weg. ‘Het is bijna een jaar,’ zei de vrouw terwijl ze de was buiten

Negen maanden en zeven dagen. Zolang was de man nu al weg. Genoeg tijd om iets nieuws op de wereld te zetten, dacht de vrouw.

Acht maanden en elf dagen. Zo lang was het nu al dat de man weg was. ‘In totaal zijn dat 254 dagen,’ zei de vrouw.

Zeven maanden en vierentwintig dagen. Zolang was het nu dat de man weg was. ‘Weet je wat ik zo vreemd vind?’ zei de vrouw. ‘Nou?’

Zeven maanden en tien dagen. Zolang was het nu dat de man er niet meer was. ‘Hoe langer je weg bent, hoe vaker ik denk:

Zes maanden en achtentwintig dagen. Zolang was het nu al. ‘Bijna zeven maanden,’ zei de vrouw. ‘Straks acht. Dan negen. Tien maanden. En voor je

‘Tofu met een gestoomde wortel. Tempeh met hummus. Een of andere vage linzenschotel. Goeie God. Het is eigenlijk een wonder dat ik niet eerder de pijp uitging.’

Zes maanden. Zesentwintig weken en twee dagen. Zo lang was het nu dat de man er niet meer was. De vrouw had hem achtergelaten in

‘Het was een raar jaar,’ zei de vrouw.
‘In welke zin?’ vroeg de man.
‘Wat denk je zelf?’ zei ze. ‘Misschien omdat je…’ Hier zweeg ze. Ze had geen zin om te zeggen: ‘Misschien omdat je overleed’, dat klonk verschrikkelijk. ‘Omdat er zoveel veranderde,’ zei ze daarom. ‘Ik had werkelijk geen idee dat het dit jaar zou gebeuren. Jij wel?’
‘Ik wel,’ zei de man.

Hij las het, lachte zacht, schudde zijn hoofd en streek een pluk haar achter haar oor. Zo bleven ze even zitten, totdat zijn telefoon ging en hij geërgerd zuchtte. ‘Werk, vriendinnetje,’ hoorde ze hem zeggen. Hij had een prachtige stem – warm en donker, het soort stem waar je uren naar kon luisteren.

Twintig weken en twee dagen. Vier maanden en negentien dagen. Zolang was het nu al dat de man er niet meer was. ‘De afgelopen maanden

Honderdnegenentwintig dagen. Achttien weken en drie dagen. Zo lang was de man nu al weg. ‘Ben je de dagen aan het turven, hoe zit dat?’
