Zolang je blijft denken is er niks aan de hand!

Over Stilte & Stemmen
Zes maanden en achtentwintig dagen. Zolang was het nu al. ‘Bijna zeven maanden,’ zei de vrouw. ‘Straks acht. Dan negen. Tien maanden. En voor je

Zes maanden en achtentwintig dagen. Zolang was het nu al. ‘Bijna zeven maanden,’ zei de vrouw. ‘Straks acht. Dan negen. Tien maanden. En voor je

‘Tofu met een gestoomde wortel. Tempeh met hummus. Een of andere vage linzenschotel. Goeie God. Het is eigenlijk een wonder dat ik niet eerder de pijp uitging.’

Zes maanden. Zesentwintig weken en twee dagen. Zo lang was het nu dat de man er niet meer was. De vrouw had hem achtergelaten in

‘Het was een raar jaar,’ zei de vrouw.
‘In welke zin?’ vroeg de man.
‘Wat denk je zelf?’ zei ze. ‘Misschien omdat je…’ Hier zweeg ze. Ze had geen zin om te zeggen: ‘Misschien omdat je overleed’, dat klonk verschrikkelijk. ‘Omdat er zoveel veranderde,’ zei ze daarom. ‘Ik had werkelijk geen idee dat het dit jaar zou gebeuren. Jij wel?’
‘Ik wel,’ zei de man.

Hij las het, lachte zacht, schudde zijn hoofd en streek een pluk haar achter haar oor. Zo bleven ze even zitten, totdat zijn telefoon ging en hij geërgerd zuchtte. ‘Werk, vriendinnetje,’ hoorde ze hem zeggen. Hij had een prachtige stem – warm en donker, het soort stem waar je uren naar kon luisteren.

Twintig weken en twee dagen. Vier maanden en negentien dagen. Zolang was het nu al dat de man er niet meer was. ‘De afgelopen maanden

Honderdnegenentwintig dagen. Achttien weken en drie dagen. Zo lang was de man nu al weg. ‘Ben je de dagen aan het turven, hoe zit dat?’

Zestien weken en twee dagen. Honderdveertien dagen. Zoveel dagen was de man nu al weg. ‘Ik begrijp werkelijk niet,’ verzuchtte de vrouw, ‘dat het al

Honderd dagen. Honderd. Zolang was het nu al dat de man weg was. ‘Het voelt niet als honderd dagen,’ zei de vrouw tegen de man.

Twaalf weken en twee dagen. Zolang was de man nu al weg. ‘Al 86 dagen,’ zei ze, en de man grinnikte. ‘Dat schiet al aardig

Tien weken en twee dagen. Zolang was het nu al dat de man overleden was. De vrouw zat aan tafel. Ze luisterde naar de wind

Toen ze die dag op het strand stond en naar de vlieger keek die hoog in de lucht hing zag ze dat niemand het touw
