Zolang je blijft denken is er niks aan de hand!
Over het eerste jaar en lavatera’s
Een jaar. Een heel jaar. Zolang was de man nu weg.
‘Vandaag precies een jaar geleden, om half vijf, liet ik je gaan,’ zei de vrouw. ‘Hand in hand lagen we op het bed, ik gaf je kusjes in je nek, ik bedankte je voor die 27 geweldige jaren. Je was zo verdomd moedig. Totaal niet bang.’
‘Bang?’ zei de man. ‘Natuurlijk was ik niet bang. Ik was banger om te blijven leven. Om dat kasplantje te worden. Ik was niet bang om dood te gaan, dat was op zich vrij gemakkelijk. Het moeilijkste was om jullie achter te laten. Voor mezelf had ik er vrede mee, maar voor jullie vond ik het…’
Zijn stem brak en hij zweeg.
Zij zweeg ook. Ze ging in haar hoofd terug naar vandaag precies een jaar geleden. Naar die laatste dag. Naar die ochtend dat ze de woonkamer inliep en de man al op de bank zat. Hij feliciteerde haar direct met haar verjaardag en gaf haar het cadeautje dat hij de week daarvoor voor haar had gekocht. Daarna zaten ze dicht tegen elkaar aan en haalden herinneringen op. Aan de eerste keer uit eten bijvoorbeeld.
‘Je had een veiligheidsspeld in je broek,’ herinnerde de man zich. ‘Toen we gingen eten maakte je eerst die speld los. ‘De knoop van die broek is eraf,’ legde je uit, ‘en die speld heeft de neiging om open te springen.’ Ik vond dat op de een of andere manier verbijsterend charmant.’
De vrouw lachte. ‘Ik had zalm genomen en jij een entrecote. Je had een lichtblauw hemd aan en een crèmekleurige lange broek. We hadden het over Moshe Dayan en de Zesdaagse Oorlog; hoe kwamen we daar eigenlijk op?’
‘Ik weet het niet meer,’ zei de man.
‘Vorige week had ik iets heel geks,’ zei de vrouw. ‘Ik kwam thuis en vanaf de weg keek ik naar onze tuin. Hij staat er weer prachtig bij, alles staat in bloei. De lavatera’s hebben de winter ook weer overleefd, daar ben ik blij om. Enfin, ik kwam thuis, keek naar de tuin en toen wilde ik een foto voor je maken. Voor een fractie van een seconde dacht ik oprecht dat ik die foto met je kon delen. Stom he.’
‘Ik begrijp het heel goed,’ zei de man. ‘Het grappige is: ik heb soms hetzelfde gevoel hier. Dan zie ik iets en wil dat met je delen.’
‘Heeft de auto al een APK-keuring gehad?’ vroeg de man opeens.
‘Ja, een paar dagen geleden. Alles was goed.’
‘Mooi,’ antwoordde hij. ‘Ik wilde trouwens toch nog even wat tegen je zeggen over het autorijden.’
De vrouw zuchtte.
‘Ja, zucht maar,’ zei hij. ‘Maar ik zag dat je vorige week, toen je naar Franeker ging, nog veel te lang gas bleef geven. Je was al bijna bij die bocht nota bene, je had het gas allang los moeten laten. Ik riep nog: “Wat ben je in Godsnaam aan het doen?” Maar je hoorde me volgens mij niet. Of je deed alsof. Die afslag naar Franeker is een linke afslag, vooral in de herfst, als er blad ligt. Leer jezelf nou eens aan…’
‘Hmm,’ zei de vrouw wat afwezig. ‘Ja hoor, dat is goed.’
De man keek haar enigszins geïrriteerd aan. ‘Je bent weer stronteigenwijs. Je moet het zelf maar weten, maar het is niet slim.’
De vrouw keek naar de bloeiende lavatera’s. Het begon te schemeren en ze rilde even.
‘Ga lekker naar binnen,’ zei de man, ineens een stuk zachter.
‘Dat ga ik doen,’ zei ze, ‘maar ik wil je eerst even bedanken. Voor alle gesprekken die we het afgelopen jaar hebben gevoerd. Voor alle keren dat je me hebt laten lachen. Voor het feit dat je er nog steeds bent, op een manier die ik nooit had kunnen bedenken.’
De man glimlachte. ‘Ja, ja,’ zei hij. ‘Het is wel goed. Ga gauw naar binnen, je koelt straks af.’
Ze pakte haar mobieltje van tafel. Keek nog even om zich heen. De tuin stond er werkelijk prachtig bij.
Toen liep ze naar binnen.
En hij liep, zoals altijd, met haar mee.

2 reacties
Hi Lilian, ik ben geen lezer, maar ik heb speciaal mijn tijd genomen, om een stuk van de rebelse huisvrouw te lezen.
Het leest zo makkelijk en prettig, dat ik het makkelijker weer kan lezen en ervan te genieten.
prachtig geschreven en zoals je het hebt geschreven, zie ik het zo voor mij gebeuren.
I kijk ooit naar het volgende verhaal.
Elke keer lees ik met een gniffel en een sniffel.
Soso lobi❤️