Zolang je blijft denken is er niks aan de hand!
De andere kant van leven
Zestien weken en twee dagen. Honderdveertien dagen. Zoveel dagen was de man nu al weg.
‘Ik begrijp werkelijk niet,’ verzuchtte de vrouw, ‘dat het al zoveel weken en maanden zijn.’
‘Nog even,’ grinnikte de man, ‘en dan zijn het jaren.’
‘Alsjeblieft niet,’ riep de vrouw. ‘Het gaat allemaal al veel te snel. Wat mij betreft blijven we nog een poos bij de dagen. Die jaren komen vanzelf wel.’
‘Ja,’ knikte de man zacht. ‘Die komen inderdaad vanzelf.’ En ze wist dat hij dacht aan zijn eigen leven. Hoe het was voorbijgegaan. Sneller dan gedacht.
‘Inderdaad, veel te snel,’ beaamde hij, alsof hij haar gedachten kon raden. ‘Daarom blijf ik het tegen je zeggen: geniet ervan, maak er wat van. Voordat je het weet, ben je ook hier.’
‘Zou dat zo erg zijn?’ vroeg de vrouw.
‘Nee,’ antwoordde de man. ‘Helemaal niet. Alleen – je hoeft het ook weer niet te overhaasten.’
En beiden lachten ze. Heel even.
Er waren beelden die de vrouw nooit meer zou vergeten. Een paar uur voor zijn heengaan had hij de tijd op zijn horloge nog gecontroleerd. Ze had gezien hoe hij eerst naar de klok in de keuken keek, daarna naar zijn pols, en met een kleine beweging aan het knopje draaide. Het was een gewoon gebaar geweest, en toch bleef het haar bij. Alsof hij nog één keer de tijd wilde ordenen, voordat… voordat zijn eigen tijd op was. Ze pakte zijn hand beet. ‘Ik weet zeker dat ik je ooit weer tegenkom,’ zei ze, en de man glimlachte. ‘We zullen zien of je gelijk krijgt.’
Hij liep naar de ijskast en zei: ‘Vergeet niet om blauwe bessen te kopen,’ en ze dacht: straks is hij er niet meer en we hebben het over blauwe bessen kopen. Het is te bizar voor woorden.
Toen de vrouw onlangs weer bij Het Zilt zat, zag ze ze weer: het stel dat daar laatst ook zat – de man met de donkere krullen en de blonde vrouw. Ze zaten dicht bij elkaar, hun hoofden raakten elkaar regelmatig, en soms fluisterden ze iets wat alleen zij konden horen.
De vrouw zag hoe de man zijn hand op haar knie legde, hoe zij haar hand in zijn nek liet rusten.
Ze vonden elkaar overduidelijk ontzettend leuk, en de vrouw glimlachte terwijl ze naar hen keek. Ook dat was leven, bedacht ze, en ze voelde zich blij bij het zien van zoveel geluk.
Een paar dagen geleden was de vrouw gaan stemmen. Terwijl ze naar het stemlokaal liep, dacht ze aan de man. Hij had zich zo verheugd op de verkiezingen, het was ontzettend jammer dat hij dit niet meer meemaakte.
‘Och,’ merkte de man nonchalant op. ‘De uitslag ken ik al. En ik weet nog iets anders: er verandert niks, helemaal niks. Met een beetje geluk – of pech, het is maar hoe je het bekijkt – komen er over niet al te lange tijd weer nieuwe verkiezingen aan.’ Hij zuchtte. ‘Wat dat betreft is het hier wel wat rustiger.’
‘En de tuin?’ vroeg hij plotseling. ‘Is het je gelukt om dat mos van de paadjes te krijgen?’
De vrouw kromp in elkaar bij de gedachte aan het mos. ‘Ik wilde het eigenlijk met een hogedrukspuit eraf krijgen, maar dat mocht niet van jou.’
‘Ik heb het al vaker uitgelegd,’ zei de man, licht geïrriteerd. ‘Die tegels kunnen ruwer worden en dan trekken ze sneller vuil aan. Bovendien spuit je dan het zand tussen de voegen weg; een hogedrukspuit is dus geen optie.’
Hij zweeg en even was het stil. Toen sprak hij zacht: ‘Weet je wat nou zo gek is? Het is niet erg om dood te zijn. Het is gewoon de andere kant van het leven, meer is het niet.’
De vrouw zei niks, ze knikte alleen maar en probeerde zich de andere kant van het leven voor te stellen. Haar blik viel op zijn horloge dat op de vensterbank lag.
Het tikte nog steeds en even kreeg ze een brok in haar keel.
‘De andere kant van leven is óók leven,’ zei de man zacht, terwijl hij haar blik naar het horloge volgde.
Er flitsten honderden, duizenden beelden van die laatste ochtend door het hoofd van de vrouw. Zijn bed, dat hij keurig opgemaakt had. Zijn haar, dat hij gewassen had. Het lampje bij de voordeur dat hij nog wilde repareren. De appelflap waarvan hij met elke hap zichtbaar genoot, en terwijl al die beelden door haar hoofd flitsten – al die honderden, duizenden beelden – wist de vrouw opeens met grote zekerheid: niets hield ooit echt op te bestaan.
Alles veranderde alleen van vorm.
Archieven
Categorieën
- 01 – KORTE VERHALEN
- Broer
- Dagboek
- Dagelijkse Dingen
- De Doordouwers
- Denkbeeldig Gesprek
- Dochter
- Een Familieroman
- Films & Series
- Gedichten
- Gepubliceerd
- Gesprekken
- Graaiers
- Het Verhaal van Julia
- Humor
- Hypochondrie
- Kantoorperikelen
- Koningshuis
- Liedje van de Week
- Open Brief
- Ouders
- Politiek
- Rondom Harlingen
- Sprookjes
- Taal
- VZTZ
- WE 300
- Willekeurige Herinneringen
