De Verduistering

De Verduistering

De zonsverduistering zou rond kwart over zeven beginnen en mijn vrouw wilde per se naar de zeedijk.
‘Dit wordt zo bijzonder,’ zei ze vanmiddag enthousiast. ‘Weet je dat de volgende zonsverduistering pas over 55 jaar is? Dan zijn we er waarschijnlijk niet meer.’

Dat zou allemaal best maar eerlijk gezegd was ik liever thuis gebleven. Ik denk dat ik het op tv beter had kunnen volgen dan daar, tussen al die duizenden mensen op de dijk, maar mijn vrouw vond dat onzin.
‘Een zonsverduistering moet je meemaken,’ zei ze, dus daar stonden we, samen met de rest van Harlingen, boven op die dijk naar de lucht te kijken.

Toen het begon riep iedereen oeh en ah en ik dacht: nog even volhouden, dan is dit voorbij. In stilte bad ik dat we geen bekenden zouden tegenkomen die na afloop nog een drankje met ons wilden doen. Mijn vrouw had twee van die speciale brilletjes gekocht want: ‘zonder bril moesten we vooral niet naar de zon kijken’.
Alsof ik een volslagen imbeciel was. ‘Je kunt blind worden als je in de zon staart, weet je dat?’
‘O? Goh.’
‘Ja, serieus. Je zou niet de eerste zijn die blind werd.’
‘O nee?’
‘Nee. Daar waarschuwen ze enorm voor. NIET in de zon kijken. Daarom moet je baby’s ook altijd beschermen, die weten dat nog niet.’

Dat is mijn vrouw. Als ze iets één keer heeft gezegd, kan het blijkbaar geen kwaad het nog zes keer te zeggen met voorbeelden erbij.
Er stonden duizenden mensen met camera’s en kinderen en een man naast ons had een thermoskan koffie bij zich. Dat vond ik achteraf gezien een stuk slimmer dan die brilletjes. De andere man, met een fles wijn, kon trouwens ook op mijn waardering rekenen.

Toen het licht begon te veranderen kneep mijn vrouw in mijn arm.
‘Kijk!’
‘Ik kijk.’
‘Is dit niet fantastisch?’
Ik zei dat ik het inderdaad verschrikkelijk bijzonder vond en vroeg me af hoe lang dit nog zou duren.

Langzaam verdween de zon. Het werd kouder. Dat had ik niet verwacht. Zelfs de meeuwen zwegen en dat alleen al maakte zo’n zonsverduistering wat mij betreft de moeite waard.
Toen was het voorbij.
De mensen begonnen te praten en er werd, godbetert, geklapt. Waarom mensen klappen voor iets waar ze zelf geen enkele bijdrage aan hebben geleverd heb ik nooit begrepen, maar goed.
Mijn vrouw keek nog steeds omhoog.
‘Mooi hè?’ zei ze.
‘Heel mooi.’
‘Ik ben blij dat we gegaan zijn.’
Eigenlijk, maar dat wilde ik niet toegeven, vond ik dat ook.

‘Gek hè,’ zei mijn vrouw toen we terugliepen naar de auto, ‘om naar zoiets bijzonders te kijken? Je realiseert je dan in één keer hoe enorm nietig we toch zijn.’
Ik glimlachte, kneep even in haar hand.
Thuis dronken we in de tuin nog koffie. Daarna nam mijn vrouw een glas wijn en om een uur of half elf stond ze op.
‘Ik denk dat ik eens op tijd naar bed ga vanavond. Door die warmte slaap ik de laatste tijd niet zo lekker.’
‘Ik kom zo,’ zei ik. ‘Ik wil nog even het laatste nieuws zien en dan kruip ik tegen je aan.’
Op het journaal ging het over de zonsverduistering.

In het begin begreep ik niet wat ze zeiden.
Ik dacht dat ik het verkeerd hoorde.
Nu zit ik hier in mijn stoel en mijn hart beukt als een krankzinnige tegen mijn ribben, mijn bloed raast door mijn aderen en ergens achter mijn ogen voel ik dat mijn schedel uit elkaar dreigt te spatten.
Ik wil naar boven rennen.
Ik wil mijn vrouw wakker maken.
Ik wil gillen.

Want ik begrijp het niet. Ik begrijp goddomme niet wat hier gebeurt. Steeds opnieuw hoor ik de woorden van de nieuwslezer in mijn hoofd:
‘Morgenavond is het zover. Rond kwart over zeven zal de zonsverduistering beginnen. Het belooft een bijzonder schouwspel te worden. En zorg dat u ervan geniet, want de volgende is pas over 55 jaar.’

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Archieven

Website laten maken?

De Rebelse Huisvrouw