Zolang je blijft denken is er niks aan de hand!
Die ochtend in april
De zon scheen al flink, die ochtend in april. Bij de bushalte ging ik zitten naast een oude man met een zak brood op schoot.
Hij knikte me toe. ‘Mooi weer,’ zei hij.
‘Nou en of,’ zei ik. Daarna zei ik dat het wel leek alsof het al middag was.
Hij keek naar zijn brood. ‘Net gehaald,’ zei hij. ‘Dan is het nog goed.’
We zwegen even. Aan de overkant liep iemand met een jonge hond.
‘Mijn vrouw wilde geen oud brood.’ Hij streek met zijn hand over de zak. ‘Ze hield van vers brood.’
Ik zei dat vers brood inderdaad lekkerder is, maar het klonk een beetje hol, alsof ik hem napraatte. Ik wilde iets erbij zeggen maar hij was me voor.
‘Ze is vorige maand overleden,’ zei hij toen.
Ik zei: ‘U zal haar wel missen.’
Hij keek voor zich uit. Daarna volgde zijn blik een auto die veel te hard langsreed. Toen zei hij: ‘Nu haal ik het zelf.’
‘Zo blijft het toch een beetje hetzelfde,’ zei ik. In de verte zag ik de bus aankomen.
Hij draaide zich naar me toe en ik zag dat zijn ogen glommen.
‘Sorry,’ zei hij. ‘Ik was even in gedachten.’
Archieven
Categorieën
- 01 – KORTE VERHALEN
- Broer
- Dagboek
- Dagelijkse Dingen
- De Doordouwers
- Denkbeeldig Gesprek
- Dochter
- Een Familieroman
- Films & Series
- Gedichten
- Gepubliceerd
- Gesprekken
- Graaiers
- Het Verhaal van Julia
- Humor
- Hypochondrie
- Kantoorperikelen
- Kleine Observaties
- Koningshuis
- Liedje van de Week
- Open Brief
- Ouders
- Politiek
- Rondom Harlingen
- Sprookjes
- Taal
- VZTZ
- WE 300
- Willekeurige Herinneringen
