Een Kerstverhaal

Tik Tak

Op het moment dat ze haar ogen opendeed en dacht dat ze wakker was, realiseerde ze zich dat ze dieper sliep dan ze ooit geslapen had. Op de een of andere manier vond ze dit besef zo beangstigend dat ze volkomen in paniek raakte. ‘Volgens mij kom ik hier nooit uit,’ fluisterde ze, terwijl ze vruchteloos probeerde een arm te bewegen. Ze merkte dat haar stem vreemd raspend klonk en wist even niet meer wanneer ze hem voor het laatst gebruikt had.
‘Eruit komen?’ fluisterde een andere stem opeens. ‘Stakker, je bent er al uit, je weet het alleen niet meer.’

Hoe ze het ook probeerde, ook de rest van haar lichaam kon ze tot haar afgrijzen niet bewegen, maar om zich heen kijken lukte gelukkig wel. Het was kerstavond. Dat wist ze heel zeker. Op haar nachtkastje stond een kleine kerstboom waarvan ze zich niet kon herinneren dat ze die daar had neergezet. In de hoek van de slaapkamer stond een grote kerstboom, zo onhandig tegen de boekenkast aangeduwd dat het onmogelijk was te zien welke boeken er op de planken stonden.

Buiten, voelde ze, was het stil, doodstil. Het was stil op een manier zoals het alleen op kerstavond stil kan zijn. Eigenlijk kon je het geen stilte noemen, het was eerder een pauze. Eerder die dag was ze een antiekwinkel binnengelopen. Dat dacht ze althans. Als ze wakker was, écht wakker, zou ze het zeker weten. Nu wist ze het niet. Het zou ook kunnen dat ze droomde dat ze die winkel was binnengelopen. Ze wist niet meer waarom ze naar binnen was gegaan. Misschien omdat alle winkels dicht waren, behalve deze. Aan de wand hing een klok waarvan de secondewijzer niet vloeiend maar schokkend bewoog, alsof hij bij elke seconde even moest overleggen.

‘Wat is tijd?’ had de antiquair gevraagd.
Ze had naar de wijzer gekeken. ‘Tijd. Goeie vraag. Zijn dat niet de momenten waarop je herinneringen maakt zonder te beseffen dat het momenten zijn die voorbijgaan? Is tijd niet een soort station waar we even stoppen en iets van onszelf achterlaten?’
Hij had haar aangekeken alsof hij haar ergens van herkende. ‘Neem hem maar mee. Hij hoort bij jou. Met kerst krijgt iedereen terug wat hij ooit heeft laten liggen.’

Thuis had ze de klok op de boekenkast in haar slaapkamer gezet. Eigenlijk kon ze hem nauwelijks zien; de grote kerstboom stond ervoor. Toch hoorde ze hem. Tik. Tak. Tik tak. Het klonk als haar leven dat voorbij tikte, dacht ze, en ze draaide zich om in haar bed.
Die nacht werd het geluid luider. Het tikken kwam niet langer uit de klok, maar uit het huis. Uit de vloer, de muren, de kasten en deuren. Ze lag stil en luisterde. Hoe langer ze luisterde, hoe duidelijker het werd dat het huis trilde van alles wat het had onthouden.

‘Ik wil wakker worden,’ zei ze.
‘Dat bén je,’ zei de stem. ‘Dit is wakker. Dit is wat er overbleef.’
Ze dacht aan andere stemmen. Aan praten aan tafel. Aan lachen. Aan ruzies over onbelangrijke dingen. Aan iemand die riep dat het eten klaar was.
‘Ik wil terug,’ zei ze. ‘Al is het maar voor even. Met kerst.’

De kleine kerstboom op haar nachtkastje begon zachtjes te flikkeren. Ze hoorde flarden: iemand die vroeg of ze nog wijn wilde, iemand die lachte om een grap, iemand die haar naam zei alsof die ertoe deed. In de hoek van de kamer kantelde de grote kerstboom een fractie. Ze vroeg zich af of hij al die tijd al scheef had gestaan.

In haar slaapkamer begon het zacht te sneeuwen. Ze keek ernaar met grote ogen. Ze wist dat ze het vreemd zou moeten vinden, maar dat deed ze niet. Het klopte. De vlokken bleven liggen op de vloer en op het dekbed. Iets in haar lijf klikte los en ze tilde een arm op. Haar benen kon ze tot haar grote opluchting ook weer bewegen. Ze stond op, merkte dat alles stram en onwennig voelde – alsof het jarenlang niet gebruikt was, dacht ze – en strompelde naar de keuken.

De lange eettafel stond er nog. In een vorig leven hadden er soms twintig mensen aan gezeten. Op tafel brandden tientallen kaarsen en ze vroeg zich af of het niet gevaarlijk was.
Volgens mij ben ik nu wakker, dacht ze. Ik denk dat dit echt is.
Ze ging aan tafel zitten en zag een tekening van een regenboog die daar lag. Ze glimlachte. Daarna liep ze terug naar de slaapkamer. Op de vloer lag in die korte tijd een dikke laag sneeuw, tot halverwege het bed.

‘Wanneer ben ik hier gekomen?’ vroeg ze.
‘Op tijd,’ zei de stem.
Ze knikte. Ze veegde wat sneeuw van het dekbed en ging liggen. Het dekbed voelde zwaar, merkte ze, door het gewicht dat erop rustte. In de verte ging een timer af.

Toen, zonder dat ze erop bedacht was, begon het huis te kraken. Eerst het plafond. Daarna de muren. Het dak stortte in. De kerstbomen kantelden. De klok viel stil. Er viel een boek van de plank. Toen nog een.

Buurvrouw Jansen stond op dat moment in de keuken en was haar kalkoen aan het vullen. Morgen kwamen de kinderen. Ze verheugde zich er nu al op. Het zou een mooie kerst worden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Archieven

Website laten maken?

De Rebelse Huisvrouw