Wespen

Over Wespen en Vallende Blaadjes

Er waren wespen in huis. De eerste, onder de afzuigkap, vond ze geen probleem. Het was mooi weer geweest en de achterdeur stond de halve dag open, dan vloog er wel eens wat naar binnen. De twee dode wespen op de vloer in de gang vond ze vreemder. Ze lagen een eindje uit elkaar, alsof ze afzonderlijk tot de conclusie waren gekomen dat het hier ook niet alles was. Toen ze de volgende dag weer drie wespen zag ging er een lampje branden. Er zat een nest in huis.

Dat zou nooit gebeurd zijn als hij er nog was. Waarom niet, wist ze niet. Ze liep door het huis om te kijken waar ze vandaan kwamen. Beneden zag ze niets. Ze ging naar boven en opende de deuren één voor één. In zijn kamer bleef ze even staan. Zijn bureau stond er nog precies zoals hij het had achtergelaten. De computer, het toetsenbord, een pen zonder dop ernaast. Over de rugleuning van zijn stoel hing zijn lievelingsvest dat hij die laatste dag niet gedragen had. Toen zag ze ze. Voor het raam zaten tientallen wespen. Misschien wel honderden. Ze kropen over het glas en langs elkaar heen en iets gruwelijkers en weerzinwekkenders had ze nog nooit gezien. Niet in haar eigen huis althans.
‘Wat zou jij hebben gedaan?’ vroeg ze aan zijn lege bureaustoel. Even zweeg hij, maar opeens hoorde ze hem zeggen: ‘Je kunt dit zelf prima oplossen’
‘Fijn, dank je,’ zei ze snibbig. Ze trok de deur dicht, liep de trap af en ging de deur uit. Dit was duidelijk een probleem dat vroeg om koffie bij de boot. Het was september; nog zacht buiten, maar de herfst hing al in de lucht.

Bij de boot bestelde ze een decaf latte met havermelk en slagroom. Vooral die slagroom. Nergens hadden ze zulke lekkere slagroom als bij de boot. Ze vroeg zich af waarom andere restaurants en cafés altijd van die slappe spuitbusslagroom hadden. Naast haar zat een echtpaar waarvan de man gehypnotiseerd naar het mobieltje in zijn hand staarde.
‘Die verslaving van jou begint zorgwekkend te worden,’ zei de vrouw.
‘Hm.’
‘En het is onbeschoft. Hoor je me überhaupt?’
‘Ik hoor je.’
‘Nee, je hoort geluid. Dat is iets anders.’
De man keek heel even op. ‘Wat?’
‘Precies.’
Hij keek weer naar zijn scherm.
‘Weet je wat je eigenlijk zegt als je dat ding erbij pakt zodra we ergens zitten?’
‘Nee.’
‘Dat werkelijk alles interessanter is dan ik. Het laatste nieuws uit Ulaanbaatar. Het weer in Appelscha. Een filmpje van een hond op een skateboard. Een man in Canada die een schuur heeft gebouwd.’
‘Het is geen schuur.’
‘Godallemachtig Kees.’

Eenmaal thuis belde ze een bedrijf dat iets aan de wespen kon doen.
‘Vandaag wordt lastig,’ zei de man.
‘Morgen?’
‘Ook lastig. Met die regen kunnen we weinig beginnen. Overmorgen zou kunnen.’
Ze keek naar buiten. Het regende inderdaad.
‘Overmorgen dan maar.’
Ze liep nog even naar boven en opende de deur op een kier. Het leken er alweer meer. Ze kropen over het raam, langs het kozijn, over elkaar heen. Eén vloog een paar keer tegen het glas. Rillend trok ze de deur dicht. Twee dagen. Op de trap bleef ze staan. Ze wilde naar beneden lopen en tegen hem zeggen dat die wespenman pas overmorgen kwam. Gewoon dat. Niets belangrijks. Hij zou gevraagd hebben waarom niet morgen en zij zou gezegd hebben: vanwege de regen. Misschien had hij dan naar buiten gekeken en gezegd dat het nauwelijks regende.

Ze wachtte even, alsof de rest van het gesprek nog moest komen maar er kwam niets. Ze zette water op voor thee en bleef bij het aanrecht staan. September was altijd gewoon september geweest. Ze had daar vroeger nooit iets bijzonders aan gevonden.
Boven zaten de wespen nog altijd tegen het raam.
Buiten vielen een paar blaadjes van de boom.
Vorig jaar had hij de eerste nieuwe blaadjes nog gezien.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Archieven

Website laten maken?

De Rebelse Huisvrouw